Geert Wilders legt uit........

Moslims, bevrijd uzelf en u kunt alles

Zonder islam hebben Arabieren, Iraniërs, Indiërs en Indonesiërs een enorm potentieel

De islam maakt moslims onvrij en fatalistisch, antwoordt Geert Wilders op een verzoek van de internationale debatsite muslimsdebate.com.

Ik bezocht voor het eerst een islamitisch land in 1982. Ik was 18 jaar en was met een Nederlandse vriend van het Israëlische Eilat naar de Egyptische Rode Zee-badplaats Sharm al-Sheikh gereisd. We waren twee studenten met rugzakken en we hadden bijna geen cent. We sliepen op het strand en vonden gastvrijheid bij Egyptenaren, die ons spontaan op de thee uitnodigden. Ik herinner me nog duidelijk mijn eerste indruk van Egypte: ik was overdonderd door de vriendelijkheid en behulpzaamheid van de mensen.

Ik herinner me ook nog mijn tweede sterke indruk van Egypte: het viel me op hoe bang die aardige, vriendelijke mensen waren. Terwijl wij in Sharm al-Sheikh waren, kwam president Mubarak er toevallig op bezoek. Ik herinner me de angst nog die de stad opeens overspoelde toen werd aangekondigd dat Mubarak onverwacht op bezoek zou komen; ik zie nog de stoet zwarte auto’s op de dag van zijn bezoek en voel nog het bijna lichamelijke besef van de angst, als een koude rilling op die snikhete zomerdag.

Mubarak wordt niet als de ergste islamitische tiran beschouwd Ik ben benieuwd hoe de Saoediërs zich voelen als hun koning in de stad is, hoe de Libiërs zich voelen als Gaddafi zijn komst aankondigt, hoe de Irakezen zich gevoeld moeten hebben als Saddam Hussein in de buurt was. Een paar jaar later las ik in de Koran hoe de zevende-eeuwse Arabieren zich voelden in aanwezigheid van Mohammed, die zoals verscheidene verzen beschrijven, „terreur in hun harten wierp" (soera 8:12, 8:60, 33:26, 59:12).

Van Sharm al-Sheikh ging ik met mijn vriend naar Kairo. Mijn vriend en ik waren verbaasd dat dit arme en smerige Egypte een buurland kon zijn van Israël, dat zo schoon was. De uitleg van de Arabieren, met wie we over hun armoede spraken, was dat deze toestand hun op geen enkele wijze te verwijten viel: volgens hen waren ze het slachtoffer van een mondiale samenzwering van de ‘imperialisten’ en de ‘zionisten’, bedoeld om de moslims arm en onderdanig te houden. Ik vond die uitleg niet overtuigend. Volgens mijn intuïtie had het iets te maken met de verschillende culturen van Israël en Egypte.

In de laatste jaren van de negentiende eeuw was Winston Churchill soldaat en oorlogscorrespondent in Brits-Indië (het huidige Pakistan) en Soedan. en dat stelde hem in staat om met verbluffende helderheid te doorgronden wat het probleem is met de islam.

„Naast de fanatieke bezetenheid, ..., is er die vreselijke fatalistische apathie", schreef hij. „De gevolgen zijn in veel landen te zien. Waar de volgelingen van de profeet heersen of wonen, bestaan achteloze gewoonten, slordige landbouwstelsels, trage handelsmethoden en onzekere eigendomsverhoudingen. Individuele moslims kunnen schitterende kwaliteiten tonen – maar de invloed van de godsdienst verlamt de maatschappelijke ontwikkeling van zijn volgelingen." En Churchill concludeerde: „Er bestaat geen sterker achterwaartse kracht ter wereld."

 

Moslimdebatsite

Muslimsdebate.com heeft Geert Wilders gevraagd om een ‘boodschap aan de moslims’. Hij moest ook uitleggen waarom hij anti-islam is en wat de moslims moeten doen. Deze site is opgericht door een internationale groep academici en sociale activisten voor het voeren van een open en vrije discussie over politieke en sociale kwesties en de oplossingen daarvan. Onderwerpen zijn democratie, religie, seksegelijkheid, de sharia en moslimimmigranten in westerse landen.

Volgens de oprichters hebben „honderden jaren van cultureel verval en wijdverbreide ongeletterdheid de kloof tussen de huidige realiteit van de moslimwereld en de moderniteit verbreed".

De oprichters propageren democratie en mensenrechten en onder anderen Tariq Ramadan is een van de auteurs.

Er zijn mensen die zeggen dat ik de moslims haat. Ik haat de moslims niet. Het doet mij verdriet dat de islam hen van hun waardigheid heeft beroofd.

Wat de islam bij moslims aanricht is te zien aan de manier waarop ze met hun dochters omgaan. Op 11 maart 2002 kwamen vijftien Saoedische schoolmeisjes om toen ze probeerden te vluchten uit hun brandende school in de heilige stad Mekka. De sleutels waren in bezit van een mannelijke bewaker, die de poort weigerde te openen. De ‘onfatsoenlijk’ geklede meisjes (zonder gezichtssluier en overkleding) probeerden hun jonge leven te redden. De Saoedische politie sloeg hen het brandende gebouw weer in. Agenten van de Muttawa, het ‘Comité ter bevordering van de deugd en ter voorkoming van de zonde’, zoals de politie in Saoedi-Arabië heet, sloegen ook voorbijgangers en brandweerlieden die probeerden de meisjes te helpen. ‘Het is zondig om in hun nabijheid te komen’, waarschuwde de politie de omstanders. Het is ook een misdrijf.

Meisjes worden in de islam niet gewaardeerd; als een vader een dochter krijgt, wordt volgens de Koran „zijn gezicht zwart, zo bedrukt als hij is" (soera 43:15). Toch bracht het voorval bij de school in Mekka boze reacties teweeg. De islam is onmenselijk, maar moslims zijn mensen en dus in staat tot liefde – die machtige kracht die Mohammed verachtte. De menselijkheid overheerste bij de vaders in Mekka die razend waren over de dood van hun dochters, maar ook bij de brandweerlieden die zich verzetten toen de Muttawa de meisjes weer naar binnen sloeg, en bij de journalisten van de Saoedische krant die voor het eerst in de Saoedische geschiedenis kritiek uitoefende op het gevreesde en machtige ‘Comité ter bevordering van de deugd en ter voorkoming van de zonde’.

Maar moslimprotesten tegen islamitische onmenselijkheid zijn zeldzaam. De meeste moslims, ook in de westerse landen, gaan naar de moskee en luisteren naar schokkende verzen uit de Koran en stuitende preken zonder daartegen in opstand te komen.

Zelf ben ik agnost. Maar christenen en joden menen dat God de mens naar Zijn beeld heeft geschapen. Door zichzelf te observeren, als vrije, rationele wezens die tot liefde in staat zijn, denken zij Hem te kunnen leren kennen. Ze kunnen zelfs met Hem redetwisten, zoals de joden al hun hele geschiedenis doen. De Koran stelt daarentegen dat „er geen ding aan Allah gelijk is" (soera 16:74, 42:11). Hij heeft volstrekt niets met ons gemeen. Het is absurd om te veronderstellen dat Allah de mens naar zijn beeld heeft geschapen. De bijbelse gedachte dat God onze vader is, komt in de islam niet voor. Ook is er geen persoonlijke verhouding tussen de mens en Allah. Het doel van de islam is de totale onderwerping van onszelf en anderen aan de onkenbare Allah, die wij moeten dienen door middel van totale gehoorzaamheid aan Mohammed als leider van de islamitische staat (soera 3:31, 4:80, 24:62, 48:10, 57:28). En de geschiedenis heeft ons geleerd dat Mohammed b! epaald geen profeet van liefde en mededogen was, maar een massamoordenaar, een tiran en een pedofiel. De moslims hadden geen betreurenswaardiger rolmodel kunnen hebben.

Zonder individuele vrijheid is het niet verwonderlijk dat de idee van de mens als verantwoordelijk handelend persoon in de islam niet erg ontwikkeld is. Moslims zijn vaak fatalistisch. Misschien – en laten we dat hopen – nemen alleen een paar radicalen de oproep van de Koran serieus om een jihad tegen de ongelovigen te voeren. Maar de meeste moslims verheffen nooit hun stem tegen deze radicalen. Dat is de ‘vreselijke fatalistische apathie’ waarop Churchill doelde.

De schrijver Aldous Huxley, die in de jaren twintig van de afgelopen eeuw in Noord-Afrika woonde, merkte het volgende op: „God is direct voor alles verantwoordelijk. Je komt langs het plaatselijke ziekenhuis. ‘Zijn de artsen goed?’ ‘In ons land,’ antwoordt de Arabier ernstig, op de toon van Salomo, ‘zeggen wij dat artsen van geen enkel nut zijn. Als Allah wil dat een mens doodgaat, gaat hij dood. Zo niet, dan wordt hij beter.’ Voor de Arabier lijkt dit de hoogste menselijke wijsheid. Ze zijn allemaal teruggevallen – behalve degenen die volgens westerse methoden zijn opgeleid – in voorwetenschappelijk fatalisme, met het gebrek aan nieuwsgierigheid en de apathie die daarbij horen."

De islam ontneemt moslims hun vrijheid. Dat is jammer, want vrije mensen zijn in staat tot grote dingen, zoals de geschiedenis heeft geleerd. De Arabische, Turkse, Iraanse, Indiase, Indonesische volkeren hebben een enorm potentieel. Als ze niet de gevangenen van de islam zouden zijn, als ze zich konden bevrijden van het juk van de islam, als ze Mohammed niet meer tot rolmodel zouden nemen en zich zouden ontdoen van de duivelse Koran, dan zouden ze in staat zijn tot grote dingen, niet alleen ten bate van zichzelf, maar van de hele wereld.

Als Nederlands, Europees en Westers politicus geldt mijn eerste verantwoordelijkheid het Nederlandse volk, de Europeanen en het Westen. Maar omdat wij er allemaal bij gebaat zullen zijn als de moslims worden bevrijd van de islam, steun ik van harte de moslims die van vrijheid houden. Mijn boodschap aan hen is duidelijk: fatalisme is geen optie; ‘insjallah’ is een vloek; onderwerping is een schande. Bevrijd uzelf. Het is aan u.    GEERT WILDERS    juli 2010